De VAR is komen te vervallen, en nu?

Vanaf 1 mei is de Verklaring Arbeidsrelatie (hierna: “VAR”) komen te vervallen. Hier is veel over geschreven en geroepen, maar wat zijn nu uiteindelijk de consequenties van het verdwijnen van de VAR?

Wat is een VAR?

Een Verklaring Arbeidsrelatie is een verklaring van de Belastingdienst waarin zij verklaart of de opdrachtgever sociale premies en loonheffingen moet afdragen over de werkzaamheden die een opdrachtnemer uitvoert. De VAR bestond in vier soorten:
 

  • VAR – loon;
  • VAR – resultaat uit overige werkzaamheden (“VAR-row”);
  • VAR – winst uit onderneming (“VAR-wuo);
  • VAR – directeur-grootaandeelhouder (“VAR-dga”).
     

De opdrachtnemer kon de VAR aan zijn opdrachtgever over leggen, waardoor deze zekerheid kreeg over de inhouding van loonheffingen en de afdracht van sociale premies voor de werkzaamheden van de opdrachtnemer. Wanneer door de Belastingdienst een VAR-wuo of VAR-dga was afgegeven, hoefde de opdrachtgever geen loonheffingen en sociale premies in te houden en af te dragen.

Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties?

Nu de VAR is komen te vervallen met de inwerkingtreding van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (Wet DBA) is er een nieuw systeem gekomen om overeenkomsten tussen opdrachtgever en opdrachtnemer te beoordelen. Er zijn door de Belastingdienst een aantal modelovereenkomsten gepubliceerd op haar website, die door een opdrachtnemer en opdrachtgever gebruikt kunnen worden. Werken met een modelovereenkomst biedt als voordeel dat het relatief goedkoop en makkelijk is. Het nadeel is dat de realiteit overeen moet komen met de overeenkomst en er slechts een beperkt aantal modelovereenkomsten op de website gepubliceerd zijn. Ook is de kans klein dat in deze modelovereenkomsten álle zaken die u in dit kader juridisch vast wenst te leggen, geregeld zijn. Het zijn immers standaarden met als doel op een zo groot mogelijke groep opdrachtgevers en -nemers van toepassing te zijn. Een voor uw situatie op maat gemaakte overeenkomst van opdracht zou dan uitkomst bieden.

Fiscale gevolgen opdrachtgever

Als de relatie tussen de opdrachtgever en de zelfstandige opdrachtnemer niet goed is geregeld, dan bestaat het risico dat de Belastingdienst achteraf oordeelt dat sprake is van een dienstbetrekking in plaats van een overeenkomst van opdracht.

De Belastingdienst kan in dat geval een naheffingsaanslag loonheffingen opleggen aan de opdrachtgever. In dat geval dient de opdrachtgever dan ook alsnog premies werknemersverzekeringen en de inkomensafhankelijk bijdrage Zorgverzekeringswet af te dragen. Wanneer deze premies niet op tijd worden afgedragen, kan dat leiden tot een boete.

Fiscale gevolgen opdrachtnemer

De loonheffingen die bij de opdrachtgever worden ingehouden, kan hij verhalen op de opdrachtnemer. Deze dient dus loonheffingen te betalen wanneer de relatie door de Belastingdienst wordt gekwalificeerd als dienstbetrekking. Tevens geldt dat wanneer sprake is van een dienstbetrekking de opdrachtnemer zijn kwalificatie als fiscaal ondernemer verliest en hij derhalve geen recht meer heeft op diverse ondernemersfaciliteiten in de sfeer van de inkomstenbelasting.

Let op de feitelijke situatie!

In het geval dat opdrachtgever en opdrachtnemer alles keurig hebben vastgelegd in een (model)overeenkomst van opdracht, kan het zijn dat als de feitelijke uitvoering alle kenmerken van een arbeidsrelatie heeft, de arbeidsrelatie wordt aangemerkt als een dienstbetrekking. Dan kan worden aangenomen dat sprake is van een arbeidsovereenkomst in plaats van een overeenkomst van opdracht.

Niet alleen de tekst van de overeenkomst is van belang, maar ook de bedoeling van partijen en de feitelijke uitvoering.

Zo is in ieder geval sprake van een arbeidsrelatie wanneer:
 

  • Er een persoonlijke verplichting is om;
  • Arbeid te verrichten;
  • In ruil voor loon;
  • Waarbij een gezagsverhouding bestaat.
     

Let er dus op - naast het sluiten van een deugdelijke overeenkomst van opdracht - dat de feitelijke uitvoering van uw overeenkomst van opdracht ook niet de kenmerken van een arbeidsrelatie bezit.

En nu?

Met ingang van 1 mei 2016 is de Wet DBA in werking getreden en heeft de VAR-verklaring dus geen functie meer. Betekent dit dat u nu te laat bent omdat u uw overeenkomsten niet heeft aangepast? Maakt u zich geen zorgen, opdrachtgevers en opdrachtnemers krijgen tot 1 mei 2017 de tijd om hun overeenkomst en werkwijze aan te passen.

Voor zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer geldt wel een inspanningsverplichting. U moet beide actief bezig zijn om de arbeidsrelatie zodanig vorm te geven dat geen sprake is van een dienstbetrekking. U moet aantoonbaar in gesprek gaan over het gebruik van een modelovereenkomst of u moet een overeenkomst op laten stellen voor uw specifieke geval.


Wat kunnen wij concreet voor u doen?

Het is zaak dat zowel de opdrachtgever als de opdrachtnemer voor 1 mei 2017 alles goed geregeld heeft. Wij kunnen samen met u, als opdrachtgever of als opdrachtnemer, een inschatting maken van de risico’s en bekijken wat fiscaalrechtelijk en arbeidsrechtelijk gewenst is voor u.

 

Zo kan worden gekeken of voor uw situatie een modelovereenkomst uitkomst biedt, dan wel of er een eigen overeenkomst moet worden opgemaakt en wat dan concreet de vervolgstappen zijn. Wij gaan actief aan de slag met uw concrete wensen die bij uw situatie passen.  Wanneer wij een nieuwe overeenkomst van opdracht opstellen, dan kunnen we die aan de Belastingdienst voorleggen, waardoor u fiscaal zekerheid wordt geboden.